Antonius Petrus Willibrordus van der Lugt 1841 - 1925

Geboren te Rotterdam 17-11-1841
Huwt met J.M. Reuser 30-05-1901
Overleden te Rotterdam 20-11-1925
Vader Petrus Jacobus van der Lugt
Moeder Cornelia Maria Agnes Schuts
 

Antonius van der Lugt

Wat moeten we nog vertellen over die kleine man met zijn grote ideeën? Wat is hij er na het pensioen van zijn broers tegenaan gegaan! De jongste zoon kiest voor
een geheel nieuwe opzet: de haven groeit waanzinnig en daar moeten we bij zijn. Weg uit de volksbuurt en op naar de Maas en de haven, want daar gaat het gebeuren!
Als de Willemsbrug naar het Noordereiland net geopend is, koopt hij daar een flinke hectare grond aan de Koningshaven voor zijn kisten- en kuipenfabriek. En de hele
firma komt onder stoom, ook al zijn vele bedrijven ons met zo'n machine voor geweest. De nieuwe fabriek van 1898 wordt een droom en de brand van 1902 een
nachtmerrie! Maar je kent Anthonie niet, als je denkt dat hij geveld is. Binnen de kortste keren gaan op Feijenoord de palen in de grond voor een sobere, maar nog
grotere opzet! Thuis leeft hij in zijn huizen aan de Boompjes en het Haringvliet in grote stijl en zijn drie zonen Matthieu, Theo en Wim komen in de zaak. Hij is een vurig
katholiek en op zijn bedrijf neemt hij alléén katholieke werknemers aan. Minstens een keer per week loopt er een pater over het bedrijf voor de moeilijke gevallen en
Anthonie en Jeanette Reuser zetten zich in voor de wezen en de armen.
 
Anthonie wordt geboren op 17-11-1841 te Rotterdam en krijgt dan zijn nogal modieuze voornaam met Engelse klank. Anthonie sterft na een drukbezet leven op
20 februari 1925 op 83 jarige leeftijd en wordt drie dagen later begraven. Hij was toen al een aantal malen bediend. Bij zijn uitvaart is er een hele reeks van missen op
23 maart, waarvan de laatste de plechtige uitvaartmis is, opgedragen in de dekenale Sint Laurentiuskerk aan de Rotterdamse Houttuin, waarbij de deken
J.W.van Heeswijk de dienst leidt. De toeschouwers zijn geroerd, als twaalf weeskinderen achter de lijkkoets lopen, omdat Anthonie bijna 50 jaar lang
hun zorgen deelt als bestuurslid van het R.K. Weeshuis. De absoute op het kerkhof Crooswijk wordt uitgesproken door de rector van het Sint Franciscus
Gasthuis B.Terra. Daarna zakt de kist in het familiegraf op de gallerij en ligt Anthonie na 10 jaar bij zijn vrouw Jeanette. Hij heeft deze laatste
rustplaats gekocht bij de begrafenis van zijn zoontje Pieter in 1882. Intussen hebben zijn oudste dochter Cornelia (+1888), zijn vrouw
Jeanette Reuser.(+1915) en Jenny van der Ven (+1922), de vrouw van zijn oudste zoon Mathieu, daar hun rustplaats gevonden.
Anthonie is de jongste zoon thuis en hij krijgt zijn opleiding aan pensionaten in Bodegraven, Baerle Nassau en Mechelen. In Bodegraven
verblijft hij op het pensionaat van meester Gijsbertus Boot, gevestigd aan de Van Tolstraat. Het is een internaat voor jongens uit
deftige Rooms-Katholieke huize.
 
Volgens het Stadsarchief van Mechelen studeert hij aan het Collége Communal, een opleiding, die in 1831 door de stedelijke overheid is
opgericht. Het instituut is gevestigd in de vroegere Commanderij van de Duitse Orde, het Pitzemburg. Zijn praktische ontwikkeling krijgt
hij bij de firma Kreglinger & Co, vermoedelijk in Duitsland. Anthonie groeit uit tot de centrale figuur in de directie van de N.V. W.van der Lugt
& Zoon's Stoomkuiperij en Kistenfabriek tussen 1880 en zijn stervensjaar 1925. In de jaren na 1850, wanneer de Rotterdamse haven weer
groeikracht krijgt door de aanleg van nieuwe spoorverbindingen met Utrecht, Den Haag en Brabant, en de haven door de aanleg van de
Nieuwe Waterweg eindelijk vlot bereikbaar is, bloeit de transitohandel op.
 
De Firma wordt in Rotterdam een vooraanstaande industrie, die werk biedt aan 600 man. Als je van de katholieke school komt in
Feijenoord, begin je je loopbaan bij van der Lugt. Anthonie komt op Nieuwjaardag 1864 in de zaak aan de Nieuwe Vogelenzang, waar
zijn oudere broers Jan en Godfried de leiding hebben. In 1880 is Godfried niet meer in staat de zaak te bezoeken en Jan trekt zich terug.
Dan is voor Anthonie de tijd gekomen om de grote lijnen van het beleid te hertekenen. Hij zal tot zijn overlijden daarmee bezig zijn. Naast
de grote lijnen houdt hij zich graag bezig met de gewone dingen in de zaak, zoals het wekelijks betalen van zijn werknemers. Daar stopt
hij pas mee, als zijn ziekte hem in 1922 daartoe dwingt. Hij vindt het kontakt met zijn mensen een prioriteit. Zijn samenwerking met het
kantoorpersoneel wordt op prijs gesteld en hij heeft aandacht voor het leven van zijn werknemers, vooral als ze het moeilijker hebben
dan anderen. In feite zijn de lonen tot de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam bedroevend laag door de grote trek van volk naar de Maasstad.
 
 
 
 
 
https://www.vdlugt.eu - © Mark van der Lugt 2026