Antonius Petrus Willibrordus van der Lugt 1903 - 1944
Geboren te Rotterdam 26-03-1903
Huwt met A.J.C.M. de Beer 30-05-1901
Overleden te Neuengamme 26 Oct 1944
Antonius van der Lugt
Anton van der Lugt werd geboren te Rotterdam op 26 maart 1903 als oudste zoon in het Rooms-Katholieke gezin van W.G.A.M. van der Lugt, directeur van het
familiebedrijf “W. van der Lugt & Zoon’s Stoomkuiperij en Kistenfabriek”, en diens echtgenote Maria C. Jansen uit Schiedam, dochter van een advocaat en notaris
aldaar. Zijn gymnasiale opleiding geniet hij op het internaat van het Jezuïetencolleges te Katwijk, “Katwijk De Breul”. Op 18-jarige leeftijd wint hij de “Academieprijs”
voor zijn verhandeling over de Franse schrijver Edmond Rostand. Na zijn eindexamen gaat hij in Delft werktuigbouwkunde studeren, is actief in het studentenleven,
en houdt dagboeken bij. De studie maakt hij om diverse redenen niet af, maar treedt wel in dienst in het bedrijf van zijn vader. Het sociale aspect trekt hem als sociaal
bewogen idealist meer dan het technische en commerciële deel van het werkgeverschap. Hij bleef zoeken naar de “Neugestaltung dieser Welt.”
Antoinette de Beer
Naar aanleiding van een door hem gegeven lezing voor een kring van de Katholieke Jonge Werkgevers Vereniging, wordt hij in 1930 benoemd tot Voorzitter van die
landelijke vereniging. In die hoedanigheid spreekt hij in 1931 ook nog op een congres van de oude en nieuwe jonge werkgeversverenigingen te Antwerpen. Tijdens
een diner van het Bestuur met vuurwerk in Scheveningen ontmoet hij de zus van een van zijn vice-voorzitters, ene Antoinette (Zus) de Beer uit Tilburg en dochter van
een wollenstoffenfabrikant, en de vonk slaat over. Zij verloven zich in 1930, en in 1932 trouwen ze. Achtereenvolgens wonen ze in Hillegersberg, van 1935 tot 1939 in
Tilburg (waar Anton adjunct-directeur is bij een wollenstoffenfabriek) en Voorburg. In die plaatsen zijn hun vijf kinderen geboren. Hij is in Voorburg onder meer werkzaam
bij de Bedrijfsgroep Plaatverwerkende en Aanverwante Industrie.
Het verzet
De oorlog is inmiddels aangebroken, en Anton neemt deel aan het verzet dat behalve het schrijven in en verspreiden van illegale tijdschriften van “Christofoor”, bestond
uit het vanaf 1942 deel uitmaken van een discussiegroep (Europese Actie, Groep Salinger) die gedachten ontwikkelt over de politieke en economische de toekomst van
Europa. Door de bezetter werden deze activiteiten als “Deutschfeindlich” beschouwd en “Nachkriegsplanung” genoemd. Uiteindelijk leidde deze activiteit tot de uitgave
van een geschrift met als titel: “De wedergeboorte van Europa, de les van dezen oorlog voor ons werelddeel”, Leiden, E.J. Brill, 1945. Het pleitte voor een nieuwe orde en
een verenigd Europa.
Omstreeks 21 augustus 1944 werd hij in de nacht gearresteerd door de SD, vrijwel zeker vanwege verraad. Immers, na het met grof geweld binnentreden in de woning te Voorburg, werd meteen gegrepen naar zijn aantekeningen, die gecamoufleerd in een boekenkast waren verborgen. De telefoonkabel werd doorgesneden. Zijn echtgenote heeft nimmer vernomen waar hij is verbleven. Achteraf is gebleken dat hij na zijn arrestatie vrijwel meteen, namelijk op 24 augustus is ingesloten in Blok 4B, met registratienummer 2729, van het
KL Herzogenbusch, beter bekend als Kamp Vught, het enige echte concentratiekamp in Nederland dat door de SS werd beheerd.
Begin september 1944 waren er al geruchten dat de bevrijders in aantocht waren, en waren er al bezetters en NSB-ers richting Duitsland vertrokken.
Die dag ging de geschiedenis in als
Dolle Dinsdag. In paniek moest het hele kamp worden ontruimd. Dat betekende dat hij, samen met ongeveer 2.760
andere gevangenen werden gedeporteerd per trein - bewaakt door SS-ers - richting
KL Sachsenhausen. Na een barre tocht komt Anton op 8
september aan bij het concentratiekamp en krijgt het kampnummer 100893 en wordt tewerkgesteld bij het buitencommando, de
Heinkel-Werke
(vliegtuigfabriek) in Germendorf, 8 km verderop. Na vijf of zes weken wordt hij op 16 oktober wederom op transport gesteld, nu naar
KL Neuengamme.
Daar krijgt hij het nummer H 58651. Kort daarna, op 26 oktober 1944 overlijdt hij, vermoedelijk aan uitputting en ontberingen. Zijn echtgenote in
Voorburg heeft al die tijd niet geweten waar haar man verbleef. Op 18 november van dat jaar werd zij ontboden bij de SD Aussenstelle aan de
Nassaulaan in Den Haag, waar ze te horen kreeg dat haar man was overleden.
Op 13 juni 1945 arriveert een pakje uit Duitsland met een aantal van zijn bezittingen, zoals een zakhorloge, ringen, een manchetknoop en een vulpen.
15 september ontvangt ze een condoleancebrief van
H.M. Koningin Wilhelmina. Er zijn blijvende herinneringen aan hem gewijd. “
Een verzetsmonument in een plantsoen in het Park ’t Loo aan de Prins Bernhardlaan in Voorburg, een oorlogsmonument in het Sytwendepark ook in
Voorburg, in het Gedenkboek nr 34 van de
Oorlogsgravenstichting, de “Erelijst der namen van hen die voor het vaderland gevallen zijn in het gebouw
van de Tweede Kamer, de Erelijst van het NIOD, Arch 245A, ds 8, Map 112, een banner en een Gedenkbuch in het Dokumentenhaus van
KL Neuengamme. Ook is er een
Stolperstein gelegd op 26 oktober 2023 in de stoep voor het huis, waar hij voor het laatst vrijwillig heeft gewoond, op
Park Leeuwensteijn nr 5 in Voorburg. (Geschreven door Mr. B.W.M. van der Lugt, zoon van A.P.W. van der Lugt Jr.)