![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() Jan I legt de band tussen onze familie en de Vanderlocht-en uit Belgisch Limburg. Hij trouwt in Dordrecht in 1707 met Magteld Brouwer(s) en ze krijgen drie zonen: Jan II, Hubert en Pieter. Over zijn ambacht is niets bekend, maar hij wordt in 1708 wel poorter van de stad, dus de band met een gilde ligt voor de hand. Als in 1728 Jan I en Machteld begraven zijn, vluchten de drie wezen naar Kralingen om te ontkomen aan het protestante Weeshuis. Jan is waarschijnlijk geboren rond 1680 in de buurt van het Belgische Eigenbilzen . Het Stadsarchief in Dordrecht vermeldt dat hij afkomstig is uit de buurt van Maastricht. Tussen Maastricht en Hasselt is in ieder geval de streek, waar de Belgische familie Vanderlocht woont. In Nederland heet de familie van der Locht, van der Lucht of van der Lugt. Het aantal familieleden in het nabijgelegen Maastricht is minimaal! De Belgische familie Vanderlocht heeft in Belgisch Limburg twee concentratiegebieden, die overigens maar 14 km. uit elkaar liggen: Hasselt en Helchteren. Er is al vroeg een verbinding tussen deze plaatsen via de "Napoleon-baan", een weg tussen Hasselt en Den Bosch. De familie Vanderlocht behoort in Belgisch Limburg tot de middenklasse. In Hasselt bekleedt Steven Vanderlocht samen met Joes-Renier van Geloes in 1672 en 1674 een jaar lang het burgemeesterschap. Vanaf het midden van de 15e eeuw wordt de familie Vanderlocht in Hasselt genoemd en rond 1400 in Antwerpen. Ze verschijnen tientallen keren voor het gerecht en daarbij gaat het vaak over geldzaken. Ze beschikken dus over enige geldelijke middelen. De katholieke familie Vanderlocht heeft zich in de 17e eeuw steeds verder verspreid over dit gebied. We treffen ze rond 1650 aan op een pachtboerderij van het landgoed De Sangerij in Eigenbilzen. Dit landgoed ligt op de grens met Munsterbilzen, de plaats waar het grote klooster van de adelijke zusters ligt. Deze Belgische plaatsen horen in die tijd tot het Prinsbisdom Luik. De politieke situatie in dit bisdom is in deze tijd verre van rooskleurig: bisschoppen en legers wisselen elkaar af, maar het plunderen blijft een stabiel, maar onaangenaam gegeven. In 1673 gaan de Fransen er te keer en in 1691 en 1694 zijn het weer andere legers, die de boeren berooiden van hun oogsten. De bevolking heeft nauwelijks kans om van deze rampen te herstellen. Maar daarmee is het nog niet gedaan. Er trekken epidemieën over het Limburgse land. In 1702 wordt de bevolking door een epidemie van dysenterie uitgedund en vooral kinderen moeten het ontgelden. De pastoor van Eigenbilzen doet meerdere keren per dag een begrafenis. Ook een jong meisje van Thijs Vanderlocht wordt op 7 september begraven. Haar voornaam is niet bekend. Poorter én Oud-katholiek in Dordrecht Jan I trekt rond 1700 naar de Noordelijke Nederlanden. Daarbij kan hij in contact gekomen zijn met de beurtschipper Brouwers, die tussen Maastricht en Dordrecht vaart. Dit is door recent onderzoek onwaarschijnlijk geworden, omdat de Maasvaart via Luik, Maastricht, Roermond, Nijmegen en Dordrecht onbetaalbaar is door de dure tolgelden en daarom ligt in deze tijd de Maasvaart stil. Jan reist waarschijnlijk over land naar Dordrecht. Hij vestigt zich daar buiten de stad, maar hoe heeft hij in zijn onderhoud voorzien? Over zijn beroep is nog onduidelijkheid. Het is goed mogelijk dat hij het hulpje wordt van de binnenschipper Brouwers, maar het lijkt waarschijnlijk dat hij ambachtsman is, omdat hij lid wordt van een gilde en dus flink moet betalen voor het poorterschap. .In deze tijd zijn de schepenen van Dordrecht erg kritisch geworden, omdat ze opdraaien voor arme vluchtelingen. Daarom trekken ze in 1709 de touwtjes van het vluchtelingenbeleid strak aan. Ons familielid is nog net op tijd binnen, maar hij moet in 1708 wel 20 guldens betalen voor het poorterschap. De van der Lugt'en route: Een wandelroute door Dordtt langs historische lokatie's: We beginnen bij het Hoogt, waar de weduwe en de 4 kinderen woonden na de dood van Jan in 1726. U moet zeker niet vergeten de Grote Kerk te bezoeken en de artsenwoning van dokter Penn aan het Mallegat. Vandaar naar het stadhuis, waar Jan in 1708 zijn poorterschap kreeg. Dit stadhuis is intussen geheel herbouwd. Voordat U bij het stadhuis bent, paseert U in de Voorstraat de Kleine Spuistraat, die aan Uw rechterhand ligt. Daar woonde Jan met zijn gezin tussen 1708 en 1726. Jan en Machteld trouwden in de Maria-Maior-kerk aan de Voorstraat 118 en hun kinderen worden er gedoopt. Ook deze Oud-Katholieke Kerk is intussen in 1834 vernieuwd, maar zeer de moeite waard. Tenslotte de "overdekte" begraafplaats van Jan en Machteld in de Nieuwkerk. Misschien was Jan rontrekkend kuiper en is hij lid geworden van het kuipersgilde in Dordt. In ieder geval is het niet moeilijk om aan werk te komen in deze beroemde houthaven, waar de enorme houtvlotten afmeren als ze een maand over de Rijn hebben gedobberd. Het hout komt uit de Duitse bosgebieden en de vlotten zijn vaak gratis vervoer voor mensen uit Duitse gebieden, die zich willen vestigen in de kustgebieden. Toch zijn de Noordelijke Nederlanden geen beloofd land geweest voor de nieuwkomers, want de grote handel en zeevaart is op zijn retour. Tussen 1725 en 1750 is er behoorlijke armoede in Dordrecht door economische achteruitgang van de handel na het verliezen van het stapelrecht. Het is geen vetpot. Ondanks hard werken zijn Jan en zijn vrouw niet welgesteld geworden en laten ze bij hun overlijden in 1726 en 1728 drie zonen zonder enige cent achter in een schamele woning aan het Hoogt, buiten de stadspoorten. Na de dood van Jan zijn ze vertrokken uit de Kleine Spuistraat binnen de stadsmuren. De Kleine Spuistraat bestaat nog steeds in Dordrecht als zijstraat van de Voorstraat. Het is in die tijd een buurt voor eenvoudige mensen, die weinig bezit hebben en dicht op elkaars lip leven. Verder is over deze straat bekend, dat het metselaarsgilde er graag proef-gevels laat bouwen om daarmee een gooi te doen naar de titel van meester-metselaartitel. Het pand nr.16 uit 1714 is daar een mooi voorbeeld van. Jan sterft op 29-03-1726 in Dordrecht volgens de overlijdensboeken van de Oud Katholieke Gemeente aan de Voorstraat. Sinds 1708 kerken Jan en zijn gezin bij hun bekende parochie en zijn de kinderen er gedoopt. Alleen de pastoors en kapelaans zijn van kleur veranderd: ze zijn sinds 1723 oud-katholiek geworden. Rome is intussen furieus over deze afscheiding en de paters, die Rome trouw blijven, voeren een ware ondergrondse onder de dolende schaapjes, die hun "ontrouwe" herders zo klakkeloos gevolgd zijn in het verderf. Uiteindelijk winnen de paters! De gelovigen keren de "afvallige" wereldheren de rug toe en na de dood van Jan en Machtild komt een einde aan een unieke periode van 5 tot 10 jaar, waarin onze familie tijdelijk Oud-Katholiek is. Na hun vlucht uit Dordrecht melden de drie zonen zich in Rotterdam bij de paterskerk van de Dominicanen aan het Steiger en zijn weer gewoon Rooms-katholiek. Hun ouders liggen begraven in een anoniem graf in of op het kerkhof rond de Nieuwe Kerk in Dordrecht. Deze kerk behoort tot de staatsgodsdienst, de latere Hervormde Kerk, en doet ook dienst als stadsbegraafplaats, sinds het kerkhof van de Grote Kerk "vol" is. Jan Pieterszoon van der Lucht wordt in 1708 poorter van Dordrecht Jan Pieterszoon van der Lucht is dus uit Belgisch Limburg afkomstig, maar er zijn geen gegevens over hem te vinden in de parochiearchieven van die omgeving. Het geboorteregister van Maastricht laat het hier ook afweten, hoewel het gegevens over geboorten heeft vanaf 1581. In dit archief komen we spaarzaam voor als de familienaam van der Locht . Over migratie naar Rotterdam vanuit Vlaanderen is de laatste tijd meer gepubliceerd, o.a. in het boek van Paul van de Laar e.a. "Vier eeuwen migratie, bestemming Rotterdam ", 1998 R'dam, MondiTaal Publishing. Maar deze publikatie geeft weinig inzicht uit welke delen van Vlaanderen de migranten afkomstig zijn. Een grote golf van ongeveer 150.000 Vlaamse vluchtelingen zoekt rond 1650 een goed heenkomen in het Noorden om te ontkomen aan het Spaans bewind. Daar zijn veel goede ambachtslieden en handelsmensen bij en in Rotterdam kunnen deze mensen goed gebruiken. Kooplui uit de grote Vlaamse steden als Brussel, Antwerpen Gent en Brugge zijn bijzonder welkom. Zij richten in Rotterdam nieuwe bedrijven op en de Antwerpenaren openen in 1598 de eerste Nederlandse koopmansbeurs in de Maasstad, omdat ze daar goede ervaringen mee hebben opgedaan in Antwerpen. Als Jan Pieterszoon Vanderlocht vertrekt uit Vlaanderen is dat een ruime eeuw later na deze grote Vlaamse migratie. Jan Pieterszoon van der Lucht komt pas na 1700 in Dordrecht aan. In die tijd is er geen grote uittocht van Vlaanderen naar Nederland. Ook wordt in Belgisch Limburg nergens vermeldt, dat zo'n volksverhuizing er wel zou zijn, hoewel de situatie door oorlog, ziekten en onrust daar voldoende aanleidingen toe geeft. In de periode tussen 1685 en 1705 komen in Rotterdam hoofdzakelijk gevluchte Hugenoten uit Frankrijk en Joden uit Oost Europa. Dat blijkt b.v. uit een klacht van de gereformeerden rond 1705 bij het stadsbestuur over de overlast tijdens godsdienstige bijeenkomsten van de kant van deze Joodse immigranten (Askenazim). Als Jan behoort tot de "Teuten", die vanuit Belgisch Limburg als ambachtslieden rondtrekken, is een individuele verhuizuing naar Holland zeer verklaarbaar. Na de dood van Jan verhuist zijn vrouw met haar 3 zonen naar de Hoogt buiten de Sluispoort, waar ze nog twee jaar wonen. Dan sterft Machtelt en zij wordt ook in of rond de Hervormde Nieuwe Kerk begraven op 19-05-1728. Bij beide ouders wordt trouwens bij de dood genoteerd: "Sonder goet", hetgeen betekent dat ze de kinderen nauwelijks geld en goed nalaten. De zoons Jan, Hubert en Peter zijn dan 20,18 en 11 jaar. En hoe zit het met Pieter, de vader van onze stamvader Jan? Mijn oom Pieter van der Lugt (1909 1983) heeft zich rond 1970 bezig gehouden met Pieter Vanderlocht, de vader van onze stamvader. Helaas komt hij hier niet met een duidelijke conclusie. Hij veronderstelt, dat Jan familie is van de burgemeester van Borgloon Pierre van der Lugt, die gehuwd is met een zekere Anna en twee zonen heeft. Jean is geboren op 30-08-1639 en Hubert op 12-05-1641. Er lijkt een verband, want het is wel toevallig dat de twee zonen van Jan I ook Jan en Hubert heten. Maar dat is niet zo verwonderlijk: de oudste heet naar zijn vader, en Hubert krijgt zijn naam van zijn opa Hubert Brouwers. Daarbij zit er tussen deze Jean en onze Jan Pieterszoon minstens een generatie, die misschien een Pieter zou kunnen bevatten, geboren rond 1670. Helaas vinden we van deze ontbrekende Pieter geen spoor terug in de lokale parochieregisters! Als mogelijk beroep van Jan veronderstelt oom Pieter schippersknecht, omdat zijn vrouw Magteld Brouwers uit een binnenvaart familie komt. Maar daar zijn geen bewijzen voor. Ik denk, dat er wat te zeggen is voor Jan I als Teut, een van die vele rondreizende ambachtslieden uit Belgisch Limburg, die mogelijk als kuiper langs de boerderijen trekt. Hij kan met het vak kennis gemaakt hebben in de vlakbij gelegen brouwerij van het rijke klooster Munsterbilzen, waar veel vaten gebruikt worden. Rond 1710 zijn daar twee kuipers full-time werkzaam. Mageltie Brouwers (ca.1685-1728) (01.002) Zij is gehuwd met Jan op 11-06-1707 te Dordrecht.. Waarschijnlijk is ze geboren of heeft ze gewoond in Oosterhout. Zij is begraven op 19-05-1728 te Dordrecht in de Nieuwkerk. Machtild geeft in Dordrecht aan, dat ze afkomstig is uit Oosterhout. Waarschijnlijk heeft ze daar het laatst gewoond, want zij komt niet voor in de Oosterhoutse doopboeken. Twee jaar na haar man Jan sterft ze ook. Haar vader is Hubertus Brouwers en haar broer Adriaan is peetoom van hun jongste zoon Pieter. Bronvermelding Regionaal Archief Dordrecht, Dodenboek Begraafboek, nadere toegang op inventarisnummer 68 van archieftoegang 11, Dordrecht, archief 11, inventarisnummer 68 ***** In onderzoek ***** Persoonlijke gegevens Jan Pieters van der Lugt Hij is geboren in Eijserheide. Gezin van Jan Pieters van der Lugt Hij heeft/had een relatie met Machtelt Huijberts Brouwers. Bron huwelijk: > Dordrecht Aantekeningen van Huwelijken 1682-1795 >> Toegnr.11 inv.96 fol.75 [GADrd:11-96_0076] Kind(eren): Joannes van der Lugt 1708-1774 Huibregt van der Lugt 1710-1772 |
Generated by GreatFamily 2.2 update 2 |