![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() Jan III ligt op kop van het peloton meester-kuipers in de familie! Hij begint bij een brouwerij, maar in 1748 is hij meester-kuiper en opent daarna de eigen kuiperij aan het Achterklooster. Hij en Betje Gerst hebben twee zonen en een dochter. De oudste zoon Jan III zet zijn zonen weer aan het werk in de kuiperij en zijn broer Willem schenkt ons een familiewapen. Jan is op 27-04-1708 te Dordrecht gedoopt in aanwezigheid van zijn peettante Margariet Walters (Waltery) in de katholieke kerk aan de Voorstraat. Hij overlijdt op 09-01-1774 in Rotterdam op 65 jarige leeftijd en wordt daar zes dagen later begraven op 15 januari. Jan vlucht met zijn twee broers rond 1730 naar Kralingen. Hij trouwt in 1733 met Elisabeth Gerst en woont even buiten de Oostpoort op de Molenkade, de latere Slaakvaart of Slaak Jan II, de eerste kuiper in de familie ? Hij krijgt werk als kuipersknecht bij de brouwerij "De Witte Leeuw". Dit bedrijf is in de 16e eeuw opgericht door de Remonstrantse familie de Pesser en lag aan de Schiedamse Dijk. In het midden van de 17e eeuw is de brouwerij eigendom van Tielman Cupus. Na zijn dood woont in de brouwerij de weduwe van Steenacker en zij neemt Jan in dienst. Deze vrome vrouw verbergt in de brouwerij paters Jezuïeten, die sinds 1708 uitgewezen zijn uit Rotterdam. Deze paters moeten hun kerk aan de Leeuwenstraat overdoen aan de Franciscanen. Toch blijft er altijd wel een Jezuïet clandestien op post in de Maasstad. In 1739 is pater Heijblom de mol, die de onverdachte en humoristische schuilnaam Adam Maas voert. Zijn onderduikadres is de brouwerij De Witte Leeuw en daar werken Jan en Adam intensief samen. (G. Scheerder, "De contrareformatie te Rotterdam", R'dam 1988). Jan van der Lugt er begonnen als kuipersleerlingen leert het vak van de zoon van de brouwer, Petrus van Steenacker. Jan kan het goed met hem vinden en in 1750 met hem mee om bij de notaris een machtiging te ondertekenen over de nalatenschap van een zekere Jochen Aldert Farnik, kapitein bij de Oost Indische Compagnie te Zeeland. Als in het midden van de 18e eeuw het bierverbruik in Rotterdam met sprongen daalt, omdat de klanten trendgevoelig op koffie en thee overgaan, kopen de Rotterdamse brouwers in 1765 de Witte Leeuw op en sluiten de brouwerij om zo hun eigen verkoop te stimuleren. Jan is intussen als meester kuiper voor zichzelf begonnen achter het Dolhuis op het Achterklooster. Hij woont daar boven de kuiperij. Het Achterklooster heeft zijn naam te danken aan het Dominicanerklooster aan de noordzijde van de Hoogstraat. Dit klooster brandt bijna volledig af bij de grote stadsbrand van 10 april 1563. De oorzaak lag bij een onvoorzichtige kuiper in de Molenstraat, die even weg was gelopen bij het verhitten van zijn kuip, waardoor de vlammen het dak van zijn kuiperij in een oogwenk in een vuurzee hadden veranderd. Daarna maakte de hevige wind het werk af. Het Dominicanerklooster is na de Reformatie een Gasthuis geworden, of zoals wij zeggen: ziekenhuis. Bij Jan van der Lugt begint dus de kuiperstraditie van onze familie. Zijn zoon Jan, die trouwt met de dochter van kuiper Nicolaas Poortmans, helpt zijn vader vanaf 1750 in de zaak. Misschien heeft zijn schoonvader Nicolaas hem nog wat fijne kneepjes van het harde kuipersvak geleerd. De familie raakt bekend om het vakkundig schaven van de duigen voor de tonnen van verschillende inhoud. De proeven zijn na vier jaar kuipen afgelegd en hij mag zich meester-kuiper noemen. Hoe dan ook: een katholieke opvoeding! Op 08-08-1741 laten Jan II en zijn vrouw Betje Gerst een testament opmaken bij notaris Willem de Rijp door elkaar te benoemen als voogd met het recht medevoogden aan te wijzen, als een van de twee overlijdt. Zij sluiten in dit testament ook de voogdij uit van de wettelijke voogden, omdat hun kinderen dan na hun overlijden dreigen opgevoed te worden door de protestante Weesmeesters van de plaatselijke Weeskamer. Ze moeten er niet aan denken, dat hun kroost dan de reformatorische staatsgodsdienst krijgt. Vanuit deze angst stimuleert de familie bij anderen het oprichten van een katholiek Wees- en armenhuis. Als dat huis rond 1800 geopend wordt, is er vrijwel steeds een van der Lugt in het bestuur van deze instelling te vinden, te beginnen bij Willem, de zoon van Jan II. Betje Gerst, de vrouw van Jan Jan II gaat op 07-05-1733 in ondertrouw en hij trouwt met Elisabeth Gerst op 24 mei. De bruidegom is dan 25 jaar oud en de bruid rond de twintig. Elisabeth is geboren rond 1713 in het Gulikerland. Zij komt uit het Duitse Graafschap Jülich, dat toen grensde aan het grondgebied van het Staatse Maastricht. Jülich ligt zo'n 20 km. ten Noord Oosten van Aken. Het kan er op wijzen, dat de Rotterdamse familie van der Lugt nog steeds banden heeft met de streek rond Maastricht, waar de ouders van Jan en Betje vandaan komen. Betje overleeft haar man, die op 09-01-1774 sterft. Haar geboorte- en sterfdatum ontbreken. Bronvermelding Stadsarchief Rotterdam te Rotterdam, DTB Trouwen Oud Archief van de Stad Rotterdam (OSA), Rotterdam, archief 1-01, inventarisnummer 1064, 24-05-1733, Stadstrouw Opmerking pro deo.17080427 Jan II van der Lugt |
Generated by GreatFamily 2.2 update 2 |